Language
A.R.S. Bakels BV

De Haan Int. Exp.

Zie ook: http://www.bakelsbv.nl/wassing.

 

In 1972 stelde de President van Tunesië de loonveredelingswet van Tunesië in die het land economisch veranderde: De wet 72-38.

 

In enkele jaren vestigden vele buitenlandse confectionnairs zich in Tunesië. De nationale wetgeving werd aangepast en ieder van de buitenlandse firma’s werd een belastingparadijsje onder douanetoezicht. De investeerders losten hiermee het hoge werkloosheidspercentage op. Vrouwen kregen steeds meer vrijheid omdat Bourguiba een verlicht heerser was. Zonder de rijkdom van veel grondstoffen – behoudens enigermate fosfaat – werd de smeltkroes van Berberse-, Joodse-, Arabische- en Europeesche invloeden van Tunesië een samenleving van voorspoed en groei, in – voor Arabische begrippen – een redelijk vrije setting, waarin de islam de mond veelal werd gesnoerd.

 

Van alle Europese vervoerders was het Nederlandse Wassing uit Tilburg de eerste die zich met een transportfirma in Tunesië vestigde. Buitenlandse vervoerders dienden zich te voegen naar nationale wetgeving in Transport en Expeditie zonder dat dergelijke wetgeving bestond. Voor Europeanen als Wassing werd het lastig om zich te vestigen zonder te weten hoè. Het vestigingsrecht was ontstaan vanwege het eerder ondertekenen door Tunesië van de TIR-IRU wegvervoersconventie, waarin o.a. bepaald wordt dat landen elkaars vervoerders dienen toe te laten op elkaars grondgebied onder het nationale rechtssysteem.

 

Aernout Bakels werd de eerste buitenlandse directeur van het eerste buitenlandse vervoersbedrijf in Tunesië: Wassing Tunisie SAP, 21 Avenue Pasteur, 2060 La Goulette Casino. “SAP” in plaats van het gebruikelijke: SA (Société Anonyme = Naamloze Vennootschap). De rebel-Bakels drukte de P af achter de firma-status als protest tegen de Tunesische regering die diens verantwoordelijkheid niet nakwam om nationale wetgeving te produceren voor de vestiging van buitenlandse vervoerders. De P betekende: “Phantôme”, wat “Spook” in het Nederlands betekent en Bakels haalde er  de voorpagina van “La Presse” mee, de grootste krant van Tunesië. Bakels’ adviseurschap van zowel de Tunesische- als de Nederlandse overheid op wetgevend gebied voor de implantatie van Transport en Expeditie werd geboren.

 

Maar er was meer: Bakels jonge groeiende gezinnetje had een verblijfsstatus nodig om in het land te mogen “blijven”. Ambtenaar Esseddi, de hoogste in de hiërargische boom van Sociale Zaken voor buitenlandse werknemers, had Bakels’ dossier permanent op diens bureau liggen: Een hoofdpijndossier! De CNSS premies voor sociale zekerheid konden niet door de SAP worden afgedragen. De belastingdienst dus op de stoep. Tussen dat alles in: 72 vrachtwagencombinaties per week vanuit Europa met meer dan 600 klanten aan boord hun goederen leveren, want anders zou half Tunesië stil komen te liggen:

 

Tunesië hing in die jaren rond 1976 grotendeels van Wassing, dus Bakels, af. Een onaanvaardbare situatie. Nederlandse-, Franse, Belgische-, Duitse confectionairs, “implantées en dessous la Loi 72-38″ vreesden iedere week weer of ze hun goederen wel zouden krijgen, omdat Wassing dreigende taal kreeg van de Tunesische overheid en Bakels bekend werd als onverzettelijke verdediger van het nationaal Tunesisch confectiebelang. Dàt waren nog eens tijden! Belangen werden in gelegenheidsverbanden gesmeed. Deense rederij DFDS met zijn RO-RO-schepen Dana Corona en Dana Sirena werden in het pact tegen de Tunesische overheid “ingebracht” door Wassing Tilburg. Bakels zelf, met zijn SAP, stookte het vuur op in Tunesië door zich te “implanteren en dessous la Loi 72-38″ en van het transportbedrijf een confectiebedrijf te maken, wat 1 enkel onderhemdje per jaar “produceerde”: Het volgende hoofdpijndossier voor de Tunesische overheid. Werken deed je als Europeaan in die tijd 7 dagen per week, meer dan 10 uur per dag, oplopend op DFDS-dagen naar 16 uur op een dag. Airco-kantoren bestonden haast nog niet. Als het regende liepen de vrachtwagens massaal vast in de modder van zwemgoedfabrikant Tweka te Sousse of BH-fabrikant Iduna te Akouda en slippend zwiepten Tilburgse chauffeurs Végé-trailers met ruimotoren van het Spijkenissese bedrijf tegen de kaai in Kalaa Kébira, om maar niet vast te komen te zitten. Dàt waren nog eens tijden: We spreken nu over 1978. Verdriet en lol. Naar later bleek met meer dan een miljoen gulden winst voor Wassing per jaar in Tilburg. Toen later de Nederlanders alsnog door Tunesië werden verdreven uit hun Tunesische firma en Tunificatie een plicht werd, bleek de nieuwe Tunesische Directeur Alaya Chrigui de >1 miljoen winst in 8 maanden tijd om te vormen tot een verlies, wat met de moed der wanhoop door Wassing nog enige jaren werd volgehouden om zich vervolgens teleurgesteld uit Tunesië terug te trekken. Merkwaardig genoeg bleek de volksaard van Arabieren – eeuwige dankbaarheid voor hem/hen die voor hem/hen opkwamen – voor Wassing en Bakels niet te gelden, zoals dat in Algerije wel het geval was. Zou het komen, omdat Tunesië geen ècht Arabisch land is, zoals de broeder-landen naast hen altijd hebben beweerd?

 

In de jaren 1978-1983 dat Bakels in Tunesië Europeesch vervoerder werd, was het systeem van Groupage eerst nog niet gestart. Gelegenheidsverbanden tussen gezworen concurrenten werden op transportgebied geboren. Doodsvijanden Timpa Tholen (Lovable BH’s destijds) en Iduna Uden (Pastunette BH’s destijds), Gereformeerd versus Katholiek, in éen en dezelfde Wassing-container laden met een koe eronder en de belangen van BEIDEN respecteren en bedrijfsspionnage vermijden? DÀT kon alleen WASSING!!!

 

Toen eenmaal in 1980 groupage een feit werd, werd de complexiteit ervan een hoofdpijnzaak voor de Tunesische helpers en de Tunesische Douane, die deze “georganiseerde-chaos” – zoals zij het noemden – onmogelijk door hen kon worden overzien en daaruit een nieuwe oplossingsmethode ervoor in de schoot van de Tunesische Overheid werd geboren: “Sit on your ass and don’t move!” Het oplossen van problemen werd: Het introduceren van wetten, zonder enige kennis van zaken, die van de ene dag op de andere alle vervoerssystemen die zich aan het ontwikkelen waren plat legden en dan, als Overheid: Kijken wie er het hardst begint te krijsen en in het licht van de krijser de wet aanpassen, veelal met Bacchiech (steekpenningen): De samenleving begon er snel veel corrupter door te worden.

 

Wetgeving. Douanewetgeving. Transportwetgeving. Socioale wetgeving. Corruptie en omkoperij. Ook de Tunesische partijen die van vuil water hielden kwamen sterk opzetten, geholpen door hun regering en confectionnairs konden niet anders dan meegaan in de tang die zich op transportgebied steeds verder toekneep. Ongeoorloofde bevoordeling en benadeling door de Staat op basis van vriendjespolitiek, indirect gefinancierd door de fors winstgevende confectieindustrie maakten van Tunesië uiteindelijk een land wat de bewoners ervan in 2011 eruit deed vluchten: de President ervan voorop. ARM Tunesië! Waar is je BEROUW?

 

Wat onder Bourguiba al bedenkelijk werd, werd onder President Zine El Abidine Ben Ali tot een corrupt zootje en nu het volk het voor het zeggen gaat krijgen, blijkt dat volk hopeloos verdeeld en uitgemergeld door het vele misbruik en de vriendjespolitiek. Nationaal GOED leiderschap is er onmogelijk geworden en hoe geraakt men uit deze situatie en hoe hou je je eigen inwoners BINNEN de landsgrenzen om Tunesië nu op te gaan bouwen zoals het behoort: met aanvaard gezag, met oog voor ieder groepslid van de maatschappij die door zijn veelkleurigheid GEEN Arabische natie is, maar bij uitstek een handelsnatie? Door islamisme? Nonsens: Tunesië is immers helemaal geen Arabisch land, volgens hun buurlanden?